| 個人檔案Julie in Schotland相片部落格清單 | 說明 |
|
Julie in Schotland... en ver daarbuiten 2009/12/5 In de danszaalIk ben naar The Ballroomquartet gaan kijken. Enorm goed ken ik ze niet, maar toen ik de aankondiging van hun concert in het lokale reclameblaadje zag staan – ja, ik lees die dingen – werd mijn nieuwsgierigheid geprikkeld. In de stad waar ik woon blijkt cultuur te zijn, laat ik er dan maar gebruik van maken! En zo belandde ik in de fluweelrode zeteltjes van het Wagehuys. Een aangename setting, zoveel is zeker. Zo aangenaam dat ik zelfs de pellekes van de bassist kon zien, moest die er al hebben natuurlijk. Maar vooral aangenaam omdat ik elk knopje van de accordeon en het kleinste drumvel in detail kon waarnemen. Het beeld op mijn tv is minder scherp. Muzikaal vond ik het kwartet boeiend. Ze combineren op een frisse wijze folk en elektronica, waarbij geen van beide te sterk uitgebuit wordt. Een overstuurde accordeon? Mooi. Maar toch vond ik de eenvoudigste, herkenbaarste en meest folky melodietjes de beste van het hele optreden. Laat een viool een viool zijn, denk ik dan. Maar hoe uitgebalanceerd de muziek klonk, zo onwennig stonden de muzikanten op het podium. Vooral de bassist schuifelde maar wat heen en weer, alsof ie constant de nooduitgang in het oog hield, voor het geval alle vier zijn snaren tegelijk zouden springen en hij het boegeroep van het publiek niet de baas zou kunnen. Maar achteraf bleek dat de bassist een zeer recent groepslid was, overgevlogen uit Amerika. Als je de helft van wat je groepsgenoten zeggen niet verstaat, dan lijkt ongemakkelijk schuifelen me de enige optie. Mysterie opgelost. Toch waren ook de andere bandleden in het zelfde bedje ziek. In mindere mate en minder opvallend, maar toch. Ondanks een mooi muzikaal palmares en ongetwijfeld horden groupies aan de voeten, konden ze nooit het niveau van het lokale groepje overstijgen. Dat bleek al zeker uit de bindteksten, die er eigenlijk geen waren. Te veel show zou ook maar arrogant overkomen, maar een kleine inkleding van het geheel, al was het maar om het publiek te paaien en meer cd’s te verkopen, zou toch welkom geweest zijn. Bescheidenheid siert de mens zeker? Zelf vond ik het zeer aangenaam om in een klein theaterzaaltje naar een concert te gaan. Geen last van tenengetrap, een wiebelende buurman, gaan handtas in uw zij geduwd. Nee, zittend op een zacht zeteltje kon ik mijn ogen en oren maximaal de kost geven, zonder indringing van bovenvermelde factoren. Daarom neem ik me voor om vanaf nu enkel nog naar zittende concerten te gaan. De Koningin Elisabethwedstrijd dan maar? 2009/11/24 GretigHet was als vanouds druk op de trein deze avond. Gelukkig begin ik de techniek te beheersen om snel, efficiënt maar toch hoffelijk een zitplaats te bemachtigen. Het zit ‘m allemaal in inschatten hoe lang de trein zal zijn en te raden tot waar die zal stoppen op het perron. Als je dan een beetje geluk hebt, komt de trein tot stilstand met exact voor jouw neus een paar geopende deuren. Maar ik geef toe dat aan dat laatste element toch een grote geluksfactor verbonden is. Gelukkig had ik het geluk vandaag aan mijn zijde, en kon ik als eerste van een rij wachtende mensen het treinstel betreden. Om nodeloos gewriemel te vermijden, palmde ik het eerste stoeltje dat ik mijn vizier kreeg, onmiddellijk in. Weliswaar na enige twijfel, want er lag een vieze krant en een hoop kruimels op het zitvlak. Ik had mijn beweging echter al in gang gezet, en verwijderde dan maar vakkundig kruimels en krant. Totdat ik de voorpagina van de krant zag: Het Laatste Nieuws. Wat toen gebeurde, was iets heel vreemds. Zelfs een beetje bovenmenselijk. Even twijfelde ik en wou ik de hoop papier wegleggen om mijn eigen elitaire dagblad te nemen, maar die twijfel werd al gauw vervangen door een grissende beweging richting papier. Hebben hebben hebben, Het Laatste Nieuws is mine! Als een uitgehongerd kind dat eindelijk een pak chips krijgt, doorbladerde ik ‘s lands grootste krant, het nieuws gretig tot mij nemend. Nog prentjes, nog gossip, nog waargebeurde verhalen, ik wil nog! In een ruk was de krant uitgelezen, want onder ons gezegd en gezwegen, een zware klus heb je er niet aan. Maar mijn eigen gretigheid blijft mij verbazen. Ik kon mijn ogen niet van het papier houden, ik moest de krant volledig doorbladerd hebben voor ik de trein kon verlaten. Een gevoel dat mij met andere kranten nog nooit overkomen is. Daar ga ik meer voor het scannen en het selectief blijven stilstaan bij een interessant artikel. Maar de boel willen verslinden? Connais pas. En zo voelde ik me vandaag een konijn voor een lichtbak. En zo weet ik ook dat een man 23 jaar in een vermeende coma lag, maar intussen alles nog kon horen. Hij kon enkel niet reageren. Een beetje zoals ik, aan mijn stoel gekluisterd met Van Thillo’s gazet. Gelukkig kon ik wel op tijd opstaan. 2009/11/14 SupermarktrijdenSupermarkten blijven me fascineren. Eigenlijk zijn ze ministrijdveldjes, waar iedereen zo efficiënt mogelijk maximaal profijt wil halen uit zijn uitstapje. De manier waarop, die kan variëren. Dat zie je onmiddellijk als je binnenkomt: je hebt de gehaaste individuen, de kuierende koppels, de uitgezakte moeders met een kar vol kinderen, de bejaarden die voorbijglijden in slow motion, en je hebt mij. Geen idee tot welke categorie ik precies hoor, maar het zal alvast niet die van de moeders of de bejaarden zijn. Meestal loop ik vrij gehaast rond in de winkel, en ga ik met mijn boodschappenlijstje in de aanslag recht op doel af. Maar als ik dan voor het product in kwestie sta, screen ik alle merken en alternatieven, om zeker te zijn dat ik de beste prijs-kwaliteitverhouding in mijn kar leg. Mijn bewegingen bevinden zich dus ergens tussen haasten en kuieren, als dat al mogelijk is. Heel opmerkelijk vind ik altijd hoe mensen omgaan met hun karretje. Van zodra ze dat uit de stalling halen, wordt het hun persoonlijk bezit. Ze koesteren het, bewaken het, zouden het zelfs verdedigen met hun leven. Want o wee als iemand aan hun versgekochte Petit Beurres zou raken, of aan die fles moezelwijn. Het rijgedrag verschilt ook heel sterk. Waar ik zelf de verkeersregels van de buitenwereld (rechts rijden, voorrang verlenen, langs de kant parkeren en niet in het midden blijven staan) probeer te transplanteren naar de supermarkt, tref ik toch meermaals individuen aan die er duidelijk een andere visie op nahouden. Met chaos tot gevolg. Sommigen zouden ronduit een ‘L’ op hun kar moeten krijgen, vind ik. Of zelfs het recht ontzegd te worden met zo’n ding te rijden. ‘Mag ik uw karbewijs even zien? Oh, dat hebt u niet? Dan mag u enkel een mandje of een kartonnen doos nemen. Wat jammer.’ Ja, ik denk dat de wereld er beter op zou worden. Maar met de kar rijden is slechts opwarming, het echte moment suprême komt aan de kassa. Daar blijkt direct wie niet kan parkeren, of vooral, wie denkt met een SUV op gang te zijn. Daarnet nog een dame gezien die ongegeneerd tussen twee kassa’s parkeert om haar boodschappen op de band te leggen. Wanneer ik met mijn kar net niet kan passeren en bijgevolg niet tot aan de transportband geraak om er mijn aankopen op te leggen, geef ik een welgemikte, doch zeer subtiele kontstoot tegen haar ijzerwerk op wielen. Uiteraard merkt ze dat meteen, grijpt ze haar kar vast en positioneert ze die nog iets centraler. Helaas ben ik een zeer lomp iemand, en neem ik mijn bocht met de bak bier iets te scherp, waardoor haar karretje opnieuw terugdeinst. Uiteraard is dit proces een straatje zonder einde, of zo mogelijk zelfs een wapenwedloop, maar ik ben toch maar mooi tot aan het einde van de kassa geraakt. Alwaar ik een veel te lange rekening kreeg. Want ook dat is deel van het supermarktrijden. 2009/11/1 Jong KeukengeweldIk ging
eten in een chique restaurant. Echt chique, zoals in stijlvol, elegant en beleefd.
Daarom voelde ik me er wat onwennig. Wat was
er gebeurd dat ik frituur King Frit in Wambeek omruilde voor Hof ter Leepe in
Zedelgem? Beide zijn kleine dorpen waar mensen met vreemde accenten praten, dat
is waar. Beide zijn vaak niet meer dan een afrit langs de autosnelweg. Maar tot
daar de vergelijking. Op culinair vlak vielen er wel degelijk wat verschillen
te sprokkelen. In plaats van een curryworst special sprak men nu over
aardappelstructuren en mousselinen. Ook fijn. Letterlijk dan. Ik had
deelgenomen aan de actie ‘Jong Keukengeweld’ van een aantal West-Vlaamse
chef-koks. Voor 45 euro kreeg je als jongere een driegangenmenu met aangepaste
wijnen. Wetende dat ik bij mijn laatste restaurantbezoek in Leuven – dat beneden
alle peil was – maar een dikke tien euro minder betaalde, kon dit idee mij wel
bekoren. Genieten en bediend worden, een heerlijk idee. Toch
slaagt een mens als ik er niet volledig in zich in zo’n chique omgeving als een
vis in het water te voelen en zich ook nog eens verfijnd en elegant te gedragen.
Ik kan mijn onervarenheid nog enigszins camoufleren door lange zinnen in
plechtig AN te produceren (wat altijd een beetje uitsteekt boven het
plaatselijk Brugs accent), maar echt veel zoden bracht dat toch niet aan de
dijk. Want hoe
hou je in godsnaam je glas vast? Hoe snel mag je je bord leegeten? Hoe lang
moet je de kleine stukjes op je tong laten smelten om alle smaken tot hun recht
te laten komen? Hoe kan een klein plukje spinazie toch zo sterk smaken? Ja, ik
beleefde boeiende tijden in de moleculaire keuken. Af en toe betrapte ik me op
de gedachte dat een goede spaghetti bolognaise ook best lekker kan zijn. Maar
dat is waarschijnlijk een doodzonde. Meer en meer werd duidelijk dat mijn
habitus niet optimaal was afgestemd op de situatie, en dat zelfs mijn vermogen
tot improvisatie en aanpassing niet enorm rekbaar bleek te zijn. Verder wel
heerlijke kalfswang gegeten, moet gezegd. Toen ik dan
toch flink de eindmeet bereikt had, zonder spinazie te morsen op mijn broek of wijnglazen
om te stoten, kreeg ik mijn jas terug uit de vestiaire. Het ding iets te
enthousiast zelf van de kapstok willen halen werd algauw gecounterd door de
vrouw des huizes, en mijn arm iets te hoog houden wanneer ik mijn jas
aangereikt kreeg, werd volledig de grond in geboord met een keurig ‘U bent niet
gewoon zich te laten dienen, niet waar?’. Wel, hoe ráádt u het? Ik heb nog veel te leren in de grotemensenwerld. Zo verfijnd als eten kan zijn, zo subtiel kan je kleine steekjes lanceren. Discreet, lekker en met de lach, maar intussen toch beenhard. Een wijze les. En daarom wil ik nu spaghetti bolognaise. Met extra kaas. Jammie. 2009/9/26 Badisco Rail Inc.Het is genoeg. Ik richt mijn eigen spoorwegmaatschappij op. Het idee ontstond deze morgen. Ik ging wederom de strijd aan met de dagelijkse vertraging in Brussel-Noord, die niet aangekondigd was. Moest dat wel zo zijn, dan had ik natuurlijk al lang de metro genomen naar Etterbeek. Maar omdat de trein sneller is, wacht je geduldig op het perron. Er stond niets aangeduid, dus langer dan de gebruikelijke vijf minuten kon de vertraging niet duren. Helaas. De vijf minuten werden er tien, schoven op naar een kwartier en strandden uiteindelijk op een klein half uur. Wanneer je beseft dat je echt te lang aan het wachten bent, is het natuurlijk te laat om alsnog de metro te nemen. Want volgens een ijzeren wet van ene Murphy komt de trein altijd aan wanneer je net vertrokken bent naar je alternatieve transportmiddel. Een half uur wachten, een half uur te laat. De spreekwoordelijke druppel. En meteen ook het moment dat je beslist het heft in eigen handen te nemen. Nee, ik ga vanaf nu niet met de fiets naar het werk. Dat is te ver en slecht voor mijn kapsel. Wat ik wél ga doen, is een eigen spoorwegmaatschappij oprichten: Badisco Rail Inc. De voordelen zijn legio:
Dit project staat uiteraard nog in de kinderschoenen, maar als het een succes wordt, zullen opvolgers niet uitblijven. Ik denk daarbij aan een eigen kledinglijn, een kookboekenreeks, een immokantoor en een singlesvereniging voor min 25-jarigen. Megalomanie? Ja! Maar dan wel voor het welzijn van de samenleving. And that’s just where it’s all about. 2009/9/17 Mister ProperWe leven in een cleane maatschappij. Wekelijks word ik uit mijn bureau verjaagd, wanneer de kuisploeg de boel komt desinfecteren. Een beetje schaamtevol schuifel ik dan naar buiten, omdat het vloeroppervlak zo klein is dat ik het met twee vegen evengoed zelf zou kunnen schoonmaken. Idem voor mijn vuilbak trouwens, want die twee klokhuizen en dat yoghurtpotje vormen echt niet zo’n grote last hoor. Poetsvrouwen en –mannen tot mijn dienst, het blijft een raar gegeven waar ik maar niet aan kan wennen. Vooral omdat ik tot voor kort in zelfreinigende koten leefde. Althans, dat dacht en hoopte ik steevast. Tot de eindschoonmaak startte. Net nu ik deze nieuwe manier van properheid een beetje gewoon begon te worden, werd ik vandaag voor een nieuwe uitdaging geplaatst. Het was kwart voor zeven, ik zat op perron 5 in Brussel-Noord. Omdat ik mijn vorige trein gemist had, had ik mezelf getrakteerd op een kraakvers exemplaar van Goedele (nog niet zo’n slecht boekske overigens, alleen jammer dat haar naam bij elk artikel moet staan). Het waaide een beetje, dus zat ik in het glazen wachthokje met de houten bankjes. Opeens zwaait het deurtje open en komt er een man met emmer en borstel binnen. Hij sopt het ding in het water en begint rustig te dweilen. ‘Fijn,’ denk ik, ‘ik lees rustig verder in mijn boekje. Dan stoor ik die man niet.’ Volledig verdiept in het artikel over jongeren en eenzaamheid, voel ik opeens een tik tegen mijn voeten. ‘Levez vos pieds s’il vous plaît!’ Huh? Waar ik dacht dat enkel moeders met een stofzuiger hun kinderen verplichtten ofwel in de zetel te blijven zitten met de voeten opgetrokken, ofwel gauw buiten te gaan spelen, blijkt dat ook de schoonmaakploeg van Brussel-Noord over deze bevoegdheden beschikt. Opeens voelde ik me terug een klein kind, dat weer eens ongehoorzaam was. En vooral oneerbiedig ten opzichte van Zij Die Proper Maken. Gelukkig kwam mijn trein juist aan op dat moment. Preventief trok ik mijn broekspijpen een beetje op en liep ik op mijn tippen naar buiten, uit angst dat de man al helemaal kwaad zou worden omdat ik door het nat liep. Zal ik morgen mijn pantoffels maar aandoen? 2009/9/3 Zorg dragen voor een introvertEindelijk heb ik het door: ik ben een introvert. Het klinkt als een vieze psychologische afwijking, maar in wezen is het gewoon een type mens, een manier van omgaan met anderen. En u raadt het al, het tegenovergestelde van een introvert is een extravert. Die laatste soort mensen houdt ervan omgeven te zijn door anderen, heeft het moeilijk om een dag alleen door te brengen en heeft een geweldig talent voor ellenlange – al dan niet relevante – conversaties. Niets van dat alles bij introverten. Zij zijn vaak het beste gezelschap van zichzelf, rustig, afgezonderd, alles overpeinzend. Een introvert heeft ook een hekel aan smalltalk, en ontloopt situaties waar zo’n gesprekken voorkomen. Daardoor heeft een introvert soms de naam arrogant te zijn, terwijl niets minder waar is. Ze zijn gewoon met andere dingen bezig. Toch zijn introverten niet verlegen. Ze houden met gemak speeches en presentaties voor volle zalen, maar kruipen in een hoekje wanneer ze zich in groep begeven en interessant en geïnteresseerd moeten overkomen. Na een avond tussen een grote groep mensen, moet een introvert een paar uur recupereren en terug energie opdoen. Want andere mensen nemen de energie van een introvert weg, terwijl een extravert op zo’n momenten juist meer energie krijgt. Ja, dit klinkt een beetje als bullshit uit ‘De Celestijnse Belofte’, waar men ook niet vies was van een preekje meer of minder over energievelden. En toch herken ik mezelf in het patroon van de introvert. Ik weet dat het vreemd klinkt als ik zeg dat ik niet graag praat, maar toch is het zo. Geef me een topic en ik ben vertrokken, zoals een echte introvert die gepassioneerd kan doorbomen over iets. Maar vraag me niet op commando met een interessant gespreksonderwerp uit te pakken, want dat kan een introvert niet. Introverten houden van stilte. Dus, wanneer je me de volgende keer zwijgend voor me uit ziet staren, hoef je niet te vragen wat er scheelt of dat alles in orde is. In feite zeg je best gewoon niets. |
|||
|
|